1

I <3 de vakschool

De Vakmanstad

Calais, Brussel, Mol, Aalst, Charleroi, de Städeshule in Frankfurt en Watou. De plekken zijn willekeurig gekozen, maar steeds zijn er concrete aanleidingen die aan de plek een urgentie geven. Dit jaar is de plek Rotterdam. De aanleiding Rotterdam Vakmanstad. In Vakmanstad stelt men de vraag of andere vormen van onderwijs en omgaan met de wereld mogelijk zijn. Of het mogelijk is onderwijs te bedenken vanuit een relationele filosofie en te koppelen aan vakmanschap. De vraag die wij ons stellen is: Hoe kunnen wij ons weten over onderwijs en vorming laten inspireren door Vakmanstad? Wat te doen opdat Rotterdam Vakmanstad een relationeel-vormende praktijk kan zijn? Niet iets wat we moeten onderwijzen of over leren, maar iets dat we in het ondergaan ervan tot uitdrukking brengen.
We leggen ons op om te stappen. Elk krijgt een willekeurig gekozen strikt afgebakende zone. We moeten het uitgesneden gat in de kaart binnengaan. Al stappend, kijkend, luisterend en schrijvend, aanhoudend. Wat zie ik, wat hoor ik en wat denk ik ervan? 5 dagen. Stappen en dolen op zoek naar iets. We weten niet wat, maar zijn nieuwsgierig. De weg naar de zone is lang. Een brug, een lange baan, auto’s, fietsen, voetgangers, trams, appartementsgebouwen, een werf, Rotterdam Zuid Under construction”, een massagesalon:“geen erotiek”, een bushalte, een spoorweg, een moskee, een brug, een voetbalstadion, veel voetbalgeluiden, parkeerplaatsen, een park, de straat over en dan, een woonwijk. Na 135 minuten stappen kom ik ter plekke. Waar ben ik? Wat is hier te zien? De woonwijk heeft een vreemde stilte, een vreemde indeling en een vreemd ritme. Symmetrisch. Links en rechts vormen elkaars spiegelbeeld. De spiegeling laat zich bekijken. Deur na deur, huis na huis. Ik loop door de Groene tuin, sla rechtsaf Hooghagen in, dan rechts naar de Kleine Hagen, naar de Kromme Hagen en terug de Grote Hagen door. Ik keer om, via de Groene Tuin, naar Zuiderhagen, Oldenhagen, Hooghagen dan naar Laaghagen. Ik ben hier al geweest. Ik kom ook nog in Stadshagen, Streijenhagen, Vredehagen en dan in de Hollandse Tuin, de Druiventuin en de Abrikozentuin. Ik kijk links en rechts. Overal voortuintjes waarin het leven van het kleine binnen naar buiten wordt gebracht. Neem foto’s van de meest in het oogspringende taferelen. Een fel groene grasmat met een frigobox, een parasol en een tuinstoel alsof de zomer hier nog niet voorbij is. Zeven stoelen netjes op een rij uitkijkend op de straat. Een bruine lederen hoekzetel uitnodigend om met bewoners in gesprek te gaan. Een Boeddabeeldje met blauwe helm op. Een speelgoedpaardje dat op het kind wacht om te vertrekken. Een mini-moskee wachtend op haar bidders. Maar ook hoge terrassen die niet onderdoen en die zich laten volhangen met rode en blauwe bloempotten. Kan ik iets doen met die voortuintjes? Doet het iets met mij? Dit kleurrijke decor? Kan ik er verhalen uit verzinnen? Of is dat te evident, te sociaal antropologisch? Ik heb snel neiging om een maatschappelijke fenomeen te willen ontwaren. s Avonds in de hostel verneem ik dat Kaat iets gelijkaardigs is opgevallen. Zij neemt met de voortuintjes ook de gevels mee en presenteert ze als een geheel van actoren die zich tot elkaar verhouden in een beeld.De tweede dag keer ik terug naar de tuinwijk. Nu loop ik niet meer verkeerd. Ik kom vroeger aan maar heb precies al alles gezien.

Dezelfde voortuintjes tonen zich, dezelfde straten, dezelfde namen. Ik dwaal verder af naar het oosten. Kom nu in de Arabische Tuin, de Indische Tuin en Turkse Tuin. Ik merk de ingelijste foto’s op (of zijn het schoolplaten?) van bloemen en groenten op de muren van de vele woonblokken. Ik neem een serie foto’s. Een serie van series. Opnieuw die herhaling, die symmetrie. Ik word afgeleid door de geur van oliebollen en vrolijke lichtjes. Wat haal ik hier nog meer uit? Ik tracht een andere focus te vinden. Kunnen de verdwaalde winkelwagens mij ergens naar leiden? Is het iets waarover ik met de bewoners in gesprek kan gaan? Wat zou het me opleveren? Een vinger op de wonde van aanwezige criminaliteit? Ik word getrokken naar een hoop afval. Zoek ik hier naar iets dat er niet is? Het gras tussen de sporen van de tram is kort gemaaid en straalt dagelijks onderhoud uit. Hier houdt men het proper’, lees ik. Ik draai in rondjes en het regent. Het regent op mijn telefoon. Het regent op mij voeten. Het regent op mijn gezicht. Het regent op mijn twijfels. Ik ben gefascineerd door wat sommige studenten zeggen, wat zij gezien hebben, en wat zij doen met wat ze zien, maar geraak zelf niet verder dan die gedachten, die zichten en die beelden die ik reeds eerder heb gehad. Ik ga een koffiebar binnen. De enige die er in de wijk te vinden is. Twee oudere mannen en een fruitgokkast! De radio speelt: Is er leven op Pluto? Kan je dansen op de maan? Is er een plaats tussen de sterren waar ik heen kan gaan?”, en dan Nakita your never know…”. Het lijkt even alsof ik teruggekatapulteerd word naar de jaren 80. “ k Heb getwijfeld over België ☺”. De serveerster vraagt wat ik noteer in mijn boekje. Ik noteer in mijn boekje dat ik niets te noteren heb.

Terug naar het park. Een bank, een looppiste. Links kijken, rechts lopen” schrijft de weg voor. Ze leert me ook dat er rechts loofbomen” te zien zijn en iets verder links staat de Els”. Welke leerplannen heeft Rotterdam Vakmanstad met haar bewoners? Het wordt donker. De batterij van mijn smartphone is bijna plat. Ik moet rechtsomkeren. Een rood led lichtbord met Open” lonkt naar me. De gastvrouw weet me te vertellen dat het hier voor betaalde seks’ is. Ik keer terug op mijn schreden, maar de gedachte aan wat er achter die deur gebeurt, blijft hangen. Een beurt kost 150 euro lees ik op de website, niet reserveren. Zou ik het aandurven om voor die prijs een gesprek te hebben over wat sekswerkers denken over liefde bedrijven? Joris Vlieghe schrijft in zijn boek Wat de leraar tot leraar maakt dat pedagogie te maken heeft met liefde voor de wereld. Een synoniem voor liefde bedrijven is seks hebben. Gebeten door de gedachte, besluit ik de volgende dag opnieuw langs te gaan bij Bella Donna in de Afrikaanderwijk. Het is 11.47u. Ik aarzel. Loop drie keer weg en weer en bel dan toch aan. Deze keer blijft de deur dicht. Ik besluit s avonds nog terug te komen en trek nu nog een keer in de richting van de tuinwijk. Na alweer veel stappen te hebben gezet, zie ik op het trottoir een slip liggen geflankeerd door twee watjes. Ik glimlach en keer terug om een foto te nemen. Ik stap door en kom Freek tegen. Hij zegt dat ik de educatieve tuinen van Enk moet gaan zien. Ik knik verheugd en denk waarom zou ik dat doen? Ik stap nog eens 2,7 km om aan te komen in Enk in Lombardijen. Het is de tweede keer deze week dat ik vreemd ga. Een oase van groen laat zich zien, en dan plots wordt mijnoog getrokken naar de door het licht scherp afgetekende donkerrode stengel. Ik stop mijn telefoon weg en vervang hem door mijn camera die ik voor het eerst boven haal. Dat beeld moet in het verhaal komen. Vormen en kleuren maken zich van mij meester. Ik moet niets meer schrijven. Ik moet kijken, kijken door de lens, en zien wat zich toont. Ik moet dichterbij komen. De vormen en kleuren aanraken door de lens van de camera. Nabijheid als katalysator om de materialiteit naar de voorgrond te laten treden en de esthetiek van het zichtbare binnen te brengen. Geen postkaartjes van mooie bloemen komen in beeld, maar een ervaring van blootstelling, van daar zijn en van overmand worden door schoonheid. Deze beelden zijn niet bepaald mooi, deze beelden zijn waar. Het zijn beelden die niet ik, maar mij hebben genomen, instemmend.
Ik loop nog even om en bel opnieuw aan bij Bella Dona voor ik terug ga naar de hostel. Een man doet open. De gastvrouw werkt niet op donderdag. Met de man wil ik niet praten over liefde bedrijven. Hij raadt me aan morgen terug te komen.

Vakmanstad heeft zich omgevormd tot deze stad. Deze die we onder onze voeten hebben gevoeld, die we met onze ogen hebben gewaar geworden, met onze pen hebben opgetekend, en waaraan we onze gedachten hebben gewijd. De workshop over Vakmanstad zei ons weinig, maar onze voeten en handen hebben haar tot leven gewekt. Zou dat een relationeel vormend praktijk kunnen zijn? En zou liefde bedrijven met handen en voeten het hoofdvak van het curriculum kunnen zijn?

Nancy Vansieleghem